Natuurbegraven: Ja, mits… Over instandhouding van terreinen met behulp van een natuurbegraafplaats. En over economische dragers.

 

Als ik als kleine jongen wilde dat mijn broer of zus van dat stuk taart afbleef dat ik wilde bewaren voor later, dan likte ik daar – voor iedereen zichtbaar – van voor tot achter overheen. Het markeren van het territorium heet dat in de natuur. “Vies” wordt dat in mijn familie genoemd.

Dat likken aan de taart is waar ik aan moet denken als ik hoor dat beheerders van natuurgebieden delen van hun terreinen inrichten als natuurbegraafplaats. Ze willen de bestaande situatie zo lang mogelijk handhaven en er ook nog mooie inkomsten aan hebben zonder er last van te hebben.


“Het is maar waar je je druk om maakt” hoor ik u denken, en wellicht heeft u ook wel gelijk. Maar wat als dat prachtige principe van begraven in ongerepte natuur een pervers mechanisme wordt waarmee men toekomstige generaties met een maatschappelijk, bestuurlijk, juridisch, financieel en ruimtelijk wespennest opzadelt?
Ik ben niet tegen natuurbegraafplaatsen. Ik ben wel altijd voorzichtig wanneer bepaalde uitsluitende rechten voor onbepaalde tijd worden verleend binnen bepaalde bestemmingen. Zeker wanneer het vizier op de korte termijn is gericht maar de effecten voor de lange termijn gelden. De natuurbegraafplaats als economische drager. Of als afbakening van een gebied.


Het zijn blijkbaar zware tijden voor de eigenaren van natuurgebieden. En de instandhouding van natuurwaarden is ook een opgave. Denk aan behoud van levensgemeenschappen, van geomorfologie, van landschap en cultuurhistorie of gewoon van de esthetiek van een gebied. De instandhouding van ecosystemen; hele voedselketens en zeldzame soorten hangen daarvan af. Dat beheer van een natuurgebied kost handenvol geld! En het uitbreiden en consolideren van natuurgebieden is onbetaalbaar! Wat te doen?
Leg een natuurbegraafplaats aan en uw zorgen zijn voorbij.


Het begraven in de natuur is helemaal hip, zeker wanneer de grafrechten zonder einddatum worden uitgegeven. Goed, dus u wijst een perceel aan, niet te waardevol, aardig gelegen en de grondwaterstand voldoet aan de vereisten van de Wet. Het perceel is archeologisch niet echt van waarde en is ergens aan de rand van uw bezit gelegen. Mogelijk  daar waar in de toekomst een bestemmingswijziging te verwachten is. Bijvoorbeeld aan de kant van de oprukkende stad. Of in het tracé van die verwachte snelwegverbreding. Noem het uw ruimtelijke guerrilla tegen randinvloeden.


Maar nu: U geeft een grafrecht uit zonder einddatum (het zogenaamde graf met grafrechten voor onbepaalde tijd) omdat u daarmee recht doet aan het principe van de natuurlijke cyclus. U slaat daarmee twee vliegen in één klap:
1. U vraagt (en ontvangt) daar een behoorlijk bedrag voor en de geïnteresseerden weten dat ze tot het eind der tijden begraven liggen en dat hun nabestaanden al die tijd ontzorgd zullen zijn. Er hoeft immers nooit meer verlengd te worden en het graf hoeft nooit onderhouden te worden, want natuur.
2. U hoeft het terrein niet anders te beheren dan voorheen. U heeft geen omkijken naar grafbedekkingen want die zijn van hout en zullen vergaan en u weet zo uw beheerkosten lekker laag te houden.


Ja, u moet toestaan dat zich rouwenden en wandelaars op het terrein begeven, maar goed, in ruil daarvoor heeft u op korte termijn wel een economische drager te pakken voor het voortbestaan van alles wat u wilt laten voortbestaan. En u heeft uw natuurterrein volkomen waardeloos gemaakt maar dat kunt u ook positief opvatten.


Maar wat voor nut heeft het exploiteren van een natuurbegraafplaats als iedere verdiende euro niet verder reikt dan de korte termijn? Bent u dan niet verder van huis als in de toekomst, wanneer het geld weer op is en u of uw opvolgers, op zoek naar nieuwe economische dragers, er achter komt dat het bos vol graven ligt? Met grafrechten voor onbepaalde tijd?
Mensen komen er al lang niet meer. Er is geen binding meer met de plek, er is ook niets te zien maar het terrein kunt u nergens anders meer voor gebruiken. Het is niet geschikt noch interessant voor herinrichting of ontwikkeling vanwege de (juridisch) afschrikkende werking die van de daar aanwezige graven uitgaat.
Voor ieder grafrecht bestaat weer een andere rechthebbende. Maar na 100 jaar grafrecht is voor niemand meer duidelijk wie de rechthebbende is. En als in een bos 500 graven liggen dan heeft u te maken met 500 onbekende partijen.


Dat is een aantrekkelijke gedachte als u een wat onorthodoxe vriend van de natuur bent en u op die manier letterlijk ‘over uw eigen graf heen wenst te regeren’ om zo het natuurgebied voor onbepaalde tijd te conserveren, onaantastbaar als een afgelikt stuk taart. Maar dat is minder leuk wanneer de tijden in uw nadeel veranderen. Deze rigide situatie werkt namelijk in twee richtingen.
Dus ook als uw opvolgers  genoodzaakt zijn de percelen te verkopen, of een andere (extensieve) functie willen geven, dan is de aanwezigheid van de graven een sterke belemmerende factor in hun nadeel.
Door natuurgebieden om te toveren tot natuurbegraafplaats en daar grafrechten voor onbepaalde tijd uit te geven, brengt u toekomstige generaties in de problemen voor winst op korte termijn.


Als u in natuurgebieden graven wil uitgeven, waarom dan met grafrechten voor onbepaalde tijd? Waarom niet als algemene graven, dus zonder enig grafrecht? En dan niet voor de (voor algemene graven) gebruikelijke 10 jaar maar voor 50, 60 of 100 jaar en uiteraard tegen betaling van royale begraaftarieven. Dat geeft de flexibiliteit om na een paar generaties eventueel bestemmingen te wijzigen. Om nieuwe zienswijzen binnen uw natuurgebied toe te kunnen passen en om repeterende inkomsten te ontvangen.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------

Mark van Haren is als adviseur werkzaam binnen het ruimtelijke domein, het vakgebied van de lijkbezorging, gericht op beleidsvraagstukken, regelgeving, cultuurhistorie en exploitatie. Iedere maand verschijnt op deze site  een blog van zijn hand.